Recht toe Recht aan

Omgangsproblemen met kinderen van 12 jaar of ouder: wat te doen?

Problemen over de omgang zijn vaak al lastig genoeg. Het wordt nog moeilijker als een kind van 12 jaar of ouder aangeeft geen contact met u te willen. Wat kunt u dan het beste doen? Afhankelijk van de situatie kan dat een kort geding zijn, maar als er geen spoedeisend belang is en de zaak is te ingewikkeld is het beter om een bodemprocedure te starten.

Als er gezamenlijk gezag is, kunt u het geschil aan de rechtbank voorleggen (op grond van artikel 1:253a BW). U zegt dan tegen de rechter: we komen er als ouders niet uit, ik vind het belangrijk dat er contact is met beide ouders, dus hoe gaan we er voor zorgen dat het contact met mij wordt hersteld?

Op grond van zo’n 1:253a procedure kunt u ook aangeven dat uw kind hulpverlening nodig heeft om tot een herstel van de omgang te komen. Een tip daarbij is om zelf al te bedenken wie die hulpverlening kan bieden, en welke hulpverlening dat zou moeten zijn. Legt u dat voorstel vooral zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de verzorgende ouder voor, misschien komt u er zo uit, en anders kunt u bij de rechter laten zien wat u allemaal al heeft gedaan om tot een oplossing te komen.

Ook als er geen gezamenlijk gezag is, kunt u het geschil aan de rechter voor leggen, zij het op een andere grond, namelijk recht op omgang als niet verzorgende ouder op grond van 1:377a BW.

Door de zaak aan de rechter voor te leggen, laat u zien dat u zich inzet voor een oplossing, en dat u zich wel serieus bekommert om het belang van uw kind. Dit in tegenstelling tot de verzorgende ouder, die het niet nodig vindt om er echt wat aan te doen, en de situatie zonder omgang kennelijk niet schadelijk voor uw beider kind vindt.

Het horen van een kind door de rechter

In de wet staat dat een rechter een minderjarige van 12 jaar of ouder kan horen. Het idee daarachter is dat de mening van een kind vanaf een bepaalde leeftijd (12 jaar dus) een rol krijgt in de procedure. Hoe ouder een kind is, hoe zwaarder deze stemt geldt. Ergens is dat te begrijpen. Een kind van 16 jaar is lastiger te dwingen tot omgang dan een kind van 10 jaar. Aan de andere kant geeft dat ook het risico dat een kind zich geen raad weet met de situatie en uit loyaliteit naar de verzorgende ouder blijft aangeven geen contact met zijn andere ouder te willen. De verzorgende ouder wil het niet oplossen, en andere ouder (die geen contact met zijn kind kan krijgen) kan het simpelweg niet oplossen.

Een kind kan op twee manieren zijn mening geven aan de rechter: schriftelijk door een verklaring te sturen en mondeling door op de rechtbank te worden gehoord door de rechter zonder dat de ouders of advocaten daarbij aanwezig zijn.

In beide gevallen is de invloed van de verzorgende ouder in grote mate aanwezig (hoewel deze ouder dat zal ontkennen). Immers, het zal hoe dan ook thuis worden besproken. De vraag is dan ook wat de waarde van de mening van het kind is. Meestal wekt het geen verbazing dat de rechter ter zitting aangeeft dat ‘uw kind heeft aangeven geen contact met u te willen’. Nee, dat wisten we al.

Belangrijker is wat de verzorgende ouder heeft gedaan om het contact hersteld te krijgen. Het is diens taak om, als verantwoordelijk ouder, te zorgen voor een onbezwaard contact met beide ouders en diens plicht om de band tussen het kind en de niet verzorgende ouder te stimuleren (zo staat het ook in de wet, artikel 1:247 lid 3 BW). Met andere woorden, de verzorgende ouder moet zoeken naar oplossingen, de oorzaak duidelijk krijgen, in gesprek gaan, de andere ouder een rol geven en betrekken in de situatie, positief spreken over de andere ouder en zorgen dat er omgang plaatsvindt.

Opvallend in dit soort procedures is dat de verzorgende ouder steevast aangeeft ‘er al jaren alles aan te doen’ en het kind ‘doorlopend te stimuleren’, maar dat de minderjarige toch ‘echt niet wil’. Mijn reactie hierop is dat die ouder het dan óf niet of onvoldoende heeft gedaan óf er niet in is geslaagd. In beide gevallen is het te verwijten aan de verzorgende ouder. Daar ligt dan ook het grootste probleem, en daar zou de rechter kritisch op moeten zijn. Helaas gebeurt dat niet of nauwelijks, in ieder geval veel te weinig.

In het verlengde daarvan zou de rechter in het gesprek met het kind moeten zien uit te vogelen hoe de situatie daadwerkelijk is. Dus:

- was is precies de reden om de andere ouder niet te willen zien?

- wat is er door de verzorgende ouder gedaan om dat probleem op te lossen?

- waarom is dat niet gelukt?

- hoe kan het wel worden opgelost?

Het is tevens aan de rechter om in het gesprek met de minderjarige duidelijk te maken dat er contact moet zijn tussen hem en zijn beide ouders, en dat het niet zo kan zijn dat er geen contact is met zijn andere ouder. Een gesprekje van 5 minuten met de vraag of een kind zijn andere ouder wel of niet wil zien heeft dus geen enkele zin.

Rechter: kijk naar een oplossing!

De rechter heeft een grote rol in de voortgang van zo’n zaak. Meestal zie je in dit soort zaken dat er al enige tijd geen omgang is geweest, en dat maakt het herstel moeilijker. Het toe- of afwijzen van het verzoek tot (een herstel van) een omgangsregeling lost het probleem dan niet op.

Indien het verzoek wordt toegewezen, kan het zijn dat u met een kind te maken krijgt die niets wil, en wordt het allesbehalve een gezellig weekend. Indien het verzoek wordt afgewezen, blijft uw kind met het probleem zitten dat hij geen contact met u heeft, met alle negatieve gevoelens van dien, waarmee hij wordt geschaad in zijn ontwikkeling.

Kortom, u dient te rechter zo ver te krijgen dat hij ook daadwerkelijk naar een oplossing gaat kijken.

Daarbij spelen diverse aspecten een rol. Wat is precies de reden dat uw kind niet meer wil, welke rol hebben beide ouders hierin gehad, en hoe lossen we het op? De rechter dient daarbij kritisch te zijn, en ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid: de verzorgende ouder op diens plicht om de band met de niet verzorgende ouder ook echt te stimuleren, en de niet verzorgende ouder op zijn aandeel in de kwestie.

Gesprek met uw kind

Naar mijn mening is het in dit soort zaken van het grootste belang dat u en uw kind weer met elkaar in contact komen. Uw kind heeft er de leeftijd voor zaken uit te kunnen spreken, aan te geven wat hem (of haar) dwars zit, en de mogelijkheid u eindelijk weer eens te zien. Grote kans dat het ‘negatieve beeld’ in de praktijk heel anders blijkt te zijn. Bovendien kunt u dan zelf ook, afhankelijk van de situatie, aangeven dat sommige dingen niet goed zijn verlopen, of niet handig zijn geweest.

Het is wel belangrijk dat z’n gesprek goed verloopt, en wordt begeleidt door een onafhankelijke deskundige (bijvoorbeeld een orthopedagoog). Het risico blijft dat de verzorgende ouder niet achter het gesprek staat, en daarmee uw kind bewust of onbewust negatief beïnvloed.

Inmiddels heb ik in twee procedures de rechter zo ver gekregen om mee te werken aan een oplossing, en een gesprek te arrangeren.

Een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (in deze zaak was er drie jaar lang geen contact geweest naar aanleiding van een onterechte beschuldiging van ontuchtige handelingen): ‘Het hof zal de raad voor kinderbescherming, in het kader van zijn betrokkenheid in deze procedure verzoeken enkele gesprekken en proefcontacten te arrangeren tussen de minderjarige en de vader teneinde te bezien of daarna omgang mogelijk, en zo ja, in welke vorm, en van zijn bevindingen rapport en advies uitbrengen aan het hof.’

En een uitspraak van de rechtbank Assen (in deze zaak was de vader in overspannen toestand verhuisd naar het buitenland en had geen goed afscheid genomen van zijn 12-jarige dochter die daar boos om was, en waar er inmiddels 1,5 jaar geen contact meer was geweest): ‘De rechtbank acht het van belang dat de raad voor kinderbescherming een orthopedagoog inschakelt om middels gesprekken met de minderjarige te beoordelen of een gesprek tussen de vader en de minderjarige kan plaatsvinden, en dat gesprek te organiseren en te begeleiden, en naar aanleiding van daarvan een nader onderzoek in te stellen en van zijn bevindingen rapport en advies uitbrengen aan de rechtbank.’

Hulde aan het hof en de rechtbank die hiermee ook echt hebben willen kijken naar een oplossing. Helaas zijn er ook rechters die niet willen kijken naar een oplossing, en het verzoek afwijzen omdat ‘het forceren van een gesprek niet in het belang van een kind is zou zijn’. Nee, het probleem in stand laten, dat is in het belang van een kind...

Conclusie

Ook al geeft uw kind van 12 jaar of ouder aan geen omgang te willen, dat is dat geen reden om bij de pakken neer te zitten en het niet aan de rechter voor te leggen. Er zijn voldoende mogelijkheden om naar een oplossing te kijken, al moet u wel een rechter treffen die daar oog voor heeft. Vergeet niet dat u in zo’n procedure juist ook opkomt voor de belangen van uw kind, al zal uw kind misschien aangeven dat anders te zien.

mr. J.M. Wigman, advocaat in Den Haag Wigman Sardjoe & Van Weegberg advocaten

 

nieuws

01 januari 2017

columns

02 september 2013
01 april 2013
10 december 2012

Contactinformatie

Adelheidstraat 8
2595 ED Den Haag

Tel: 070 - 3818915
Fax: 070 - 3855451

info@wswadvocaten.nl